DCM Taxuskever info

Taxuskever
Een taxuskever berokkent op zich weinig schade aan de tuin, op wat ronde happen
uit blaadjes na. Maar de larven zijn van een heel ander slag. De vrouwtjes van de
taxuskever kunnen eieren leggen zonder te paren, tot 500 stuks, verspreid in de
bodem. In de zomer beginnen de larven aan hun vraat, eerst de fijne worteltjes, en
naarmate ze groeien ook dikkere wortels tot de wortelhals van planten toe.

Als ze zich op je taxus of rododendrons storten, is het hek van de dam. Overigens
beperken ze zich niet tot struiken, ze knagen ook aan de wortels van allerlei vaste
planten zoals Heuchera, Tiarella, Sedum’ – de naam ‘taxus’kever is dus behoorlijk
misleidend; ‘gegroefde lapsnuitkever’ is overigens een synoniem. Larven van
taxuskevers zijn een nachtmerrie voor een tuinier. Ze zien er bovendien onsmakelijk
uit, een beetje zoals engerlingen, maar dan in het klein: 1 cm lang, krom, roomwit
met een oranjebruine kop en zonder pootjes. De eerste tekenen van vraat zijn
vergeling van de bladeren en verwelking. Als je er niet snel bij bent, is het afgelopen
met die prachtige haag of struik, die je al tientallen jaren met veel liefde hebt
vertroeteld.

“Zijn er opvallend veel ronde hapjes uit de bladeren van de schoenlappersplant
(Bergenia) of Primula gebeten, wees dan op je hoede: hier is de taxuskever aan het
werk!”

Levenscyclus
Planten die tijdens de winter in de serres of kas staan zijn extra gevoelig en daar kan
de volwassen kever vroeger tevoorschijn komen dan in volle grond.
De larven in de bodem verpoppen zodra de dagen
in het voorjaar voldoende warm zijn. Tegen eind mei
verschijnen de eerste kevers. De taxuskever kan
een 500tal eitjes leggen. Ze leven tamelijk lang
zodat het leggen van eitjes gemakkelijk kan
doorgaan tot het einde van de zomer. De jonge
larven beginnen in de zomer te vreten aan jonge
wortels. Naarmate ze groeien voeden ze zich, tot in
het najaar, met steeds grotere wortels om
uiteindelijk ook de wortelhals aan te vreten. De
taxuskever overwintert als larve in de bodem of in
de potgrond van terras- en kuipplanten.

Wist je dat?
Welke planten lust de larve van de taxuskever? Veel, helaas’
• In de siertuin: rozen, hortensia, Rhododendron, Taxus, Viburnum, Camelia,
Skimmia, Primula, Heuchera, Tiarella, Sedum, ‘
• Terrasplanten in pot: olijf, vijg, Fuchsia, citrus, ‘
• In de fruittuin: aardbeien, bosbessen, blauwbessen, druiven, bramen, vijgen,
frambozen, ‘

Het insectendodende microscopisch kleine aaltje Steinernema kraussei weet
gelukkig wel weg met de larven van de taxuskever. Het kruipt via natuurlijke
openingen de larven binnen en infecteert ze met bacteriën, die de larven verdoven
en doden. De aaltjes voeden zich met de dode larve, onder de grond. Het klinkt
misschien niet zo smakelijk, maar het is wel een bijzonder efficiënte en
milieuvriendelijke manier om van die vraatzuchtige taxuskeverlarven af te geraken.
Bovendien is het onschadelijk voor de andere dieren in je tuin die larven eten,
bijvoorbeeld mollen.

Met een prepaid box bestel je zo maar even 5 of 50 miljoen
aaltjes, goed voor 10 tot 100 m². Hoe gemakkelijker de
nematoden in de grond kunnen binnendringen, hoe
efficiënter ze hun werk doen: haal de bladeren en
plantenresten weg op de plek waar de larven actief zijn.
Wacht tot het in de bodem minstens 6°C is. Los de
volledige inhoud van de verpakking op in water en doe de
oplossing (deels) in een gieter. Vul aan tot 10 liter (voor 10
m²), en schud regelmatig met de gieter, zodat de aaltjes
niet naar de bodem zakken. Kies een bewolkte of
regenachtige dag uit. Besproei er de bodem mee; maak de
bodem wel eerst goed vochtig en houd hem ook de weken
daarna vochtig. De meest succesvolle periode om de
larven van de taxuskever te bestrijden is augustusseptember,
en in tweede instantie april-mei, wanneer de
kleine, gevoelige larven tot net onder het oppervlak komen.
“Verpot je kuipplanten zeker elke 2 jaar en controleer de
potgrond grondig op larven; ook daar kan het gevaar
zitten.”

DCM Buxusmot info

Help, ik zie de buxusmot
Geen nood. Wees er snel bij dan kan je ze wegvangen. De mot zelf brengt weinig
schade toe. Maar wanneer ze paart krijg je nieuwe rupsen die voor veel schade
zorgen. Door ze weg te vangen voorkom je paring en daarmee nieuwe rupsen. Zo
roep je die vervelende plaag snel een halt toe.

De buxusmotten komen voor vanaf begin mei tot juni, en vervolgens in augustusseptember.
Deze perioden zijn dan ook ideaal om de DCM Mottenval op te hangen
in combinatie met DCM Feromoon Buxusmot

Stappenplan
1. Installeer een DCM Mottenval op een hoogte van 75-150 cm. Doe dit een
eerste keer op het einde van april en tweede keer eind juli.
2. Plaats 1 dispenser van DCM Cydalima-Pheromone (Feromoon Buxusmot) in
het korfje bovenaan in de DCM Mottenval en plaats bij voorkeur ook een
feromoon in het 2e korfje onderaan de val. Doordat je de 2e onderin plaatst
trek je de motten verder de val in, zodat deze niet verstopt raakt.
3. Het feromoon is 6-8 weken werkzaam, de DCM Mottenval kan hergebruikt
worden.

Plaats nu in mei-juni 2 feromonen in de DCM Mottenval en herhaal dit vervolgens in
augustus-september.

Deze 2 feromooncapsules zorgen voor een ideale
controle op aanwezigheid van de buxusmot. De
capsules worden gebruikt in combinatie met de
afzonderlijk aan te kopen DCM Mottenval. Hang de
val vanaf mei en herhaal augustus/september op in
de nabijheid van buxus. Plaats de capsules
ongeopend in de DCM Mottenval.

DCM Bladluizen info

Bladluizen
Ook al duiken ze vooral op rozen op, bladluizen voelen zich helaas ook
aangetrokken door hagen, sierstruiken en sappig groen uit de moestuin.
Ze prikken de bladeren, knoppen en jonge scheuten aan en zuigen gretig de
plantensappen op, waardoor de planten verzwakken.

Bovendien scheiden bladluizen honingdauw af, waarop zich roetdauwschimmel kan
ontwikkelen, dat zwarte, plakkerige laagje dat je wel eens op de bladeren van rozen
aantreft. Je planten krijgen het nog zwaarder te verduren, en missen de energie om
verder te groeien, laat staan om te bloeien. Bij warm en vochtig weer
vermenigvuldigen bladluizen zich razendsnel – laat het zover niet komen en grijp
snel in!

“Mieren zijn dol op honingdauw – ze bewaken soms hele bladluiskuddes om ze te
kunnen ‘melken’. Daarom zie je vaak op één plant bladluizen en mieren bij elkaar.
Houd de mieren op afstand, met .”

DCM Adali-Guard®
Larven van het inheemse, tweestippelige lieveheersbeestje zijn echte veelvraten: per
dag eten ze makkelijk 100 bladluizen op. In tegenstelling tot de lieveheersbeestjes
zelf kunnen de larven nog niet vliegen en blijven ze ter plaatse, dicht bij de
bladluizenhaard. Eens ze verpopt zijn, blijven de lieveheersbeestjes dankbare
hulpjes, want ook zij voeden zich maar wat graag met bladluizen. Ze planten zich in
je tuin voort en droppen per dag 20 tot 50 eitjes bij de bladluizenhaarden, 1 à 3
maanden aan een stuk. Uit de eitjes ontluiken weer nieuwe hongerige larven, die
zich op hun beurt volvreten met bladluizen – een puur natuur cyclus die je permanent
van hulpjes tegen die vervelende insecten voorziet. Moet het gezegd dat
rozenliefhebbers maar wat blij zijn met zoveel lieveheersbeestjes?

Met de DCM Adali-Guard® prepaid box bestel je 100
larven – met zo’n legertje bladluizenverjagers bestrijk
je al gauw 20m² tuin. Je hoeft je niet tot één plek te
beperken; je krijgt er 4 Naturapy boxjes bij, zodat je
de larven heel dicht bij de bladluizenplaag of de
aangetaste plant kunt plaatsen of ophangen. Je zet
ze tussen mei en eind september in – in volle
tuinseizoen.

Tuinplant van de maand augustus 2018: Hebe

Nazomertuinfeestje: de Hebe
De Hebe is de ideale plant om tuin en terras in de nazomer
een oppepper mee te geven. Witte, paarse, roze of lila
bloemen brengen meteen nieuwe energie in het geheel en het
blad van de Hebe varieert in kleur van lichtgroen tot
donkergroen en heel lichtgrijs. In de winter en lente hebben
sommige exemplaren zelfs paars-rood blad.

Dankzij de wat kronkelige opbouw heeft de plant een losse,
natuurlijke uitstraling en de trossen bloemen zijn zeer in trek
bij vlinders en bijen. Veelzijdig als de Hebe is, wordt hij veel
ingezet in perken en borders, rotstuinen of als
vijverbeplanting, maar hij kan ook prima als kuipplant op het
balkon of terras. De Hebe blijft altijd groen en brengt zo het
hele jaar door leven in de tuin.

Verzorgingstips:
• De Hebe staat graag zonnig en kan zelfs volle zon hebben,
maar gedijt ook in half schaduw.
• De plant staat het liefst in luchtige, humusrijke grond.
• Gietwater moet altijd weg kunnen lopen, tussen
gietbeurten door mag de kluit iets indrogen.
• Tijdens de bloei elke twee weken wat plantenvoeding
geven, uitgebloeide bloemen weghalen.
• De Hebe is behoorlijk winterhard, maar bij stevige vorst kan
de plant beter even worden ingepakt, zeker als het een
kuipplant is. De Hebe struikveronica overwintert liever
vorstvrij.
• Na de winter terugsnoeien houdt de Hebe mooi en krachtig.

Tuinplant van de Maand Juni 2018: klimfruit

Met klimfruit creëer je makkelijk een pluktuin
Voor een pluktuin met klimfruit als bramen, frambozen, blauwe bessen en druiven is niet veel ruimte
nodig. Deze planten groeien omhoog, langs een muur, schutting, rek of pergola en gedijen zelfs op
een balkon. Ze bieden mooi blad en bloesems in de voorzomer.
Gedurende de zomer zelf ontstaan er vruchten, die dan in de nazomer en herfst kunnen worden
geoogst. Er is dus altijd wat te beleven met klimfruit. Fruit zien groeien (en uiteindelijk lekker opeten)
is een leuke en leerzame ervaring voor kinderen en past in de trend van willen weten waar je eten
vandaan komt. Met wat je zelf niet opeet, maak je de vogels in het najaar blij.

Keuze assortiment
Het assortiment klimfruit biedt ruime keuze, speciaal geselecteerd voor juni zijn de stekelloze braam
(Rubus fruticosus), framboos (Rubus idaeus), druif (Vitis vinifera) en blauwe bes (Vaccinium
corymbosum, ook bekend als trosbosbes). Alle planten komen voor in vele verschillende variëteiten,
waaronder compacte vormen die heel geschikt zijn voor plekken met weinig ruimte.

Herkomst
Veel klimfruit hoort bij de rozenfamilie. De braam groeit in heel Europa, maar ook in het Zuid-
Amerikaanse hooggebergte. De framboos is eveneens een Europese klassieker en rukte sinds de
16de eeuw op vanuit Italië en Griekenland. Blauwe bessen zijn inheems in bosrijke gebieden in de
oostelijke Verenigde Staten en groeien pas sinds het begin van de 20ste eeuw in Europa. Druiven
hebben zich verspreid vanuit het Midden-Oosten.

Verzorgingstips.
• Klimfruit kan in bakken, potten of de volle grond en staat het liefst op een zonnige plek waar het
niet donkerder wordt dan halfschaduw. De zon is nodig om de vruchten te laten rijpen.
• Bramen, frambozen en blauwe bessen houden van een humusrijke, lichtzure grond, druif heeft
liever een kalkhoudende grondsoort.
• Laat de kluit niet uitdrogen, de planten verbruiken veel vocht bij de groei van de bessen.
• Zorg voor houvast om tegenop te kunnen klimmen, zoals een rek, frame of pergola.
• In het groeiseizoen elke twee weken plantenvoeding geven, afgestemd op het fruit in kwestie.
• De meeste klimfruit soorten zijn zelfbestuivend, zodat er niets hoeft te worden gedaan om
vruchten te krijgen.
• Snoeien in de late winter of het vroege voorjaar.

Tuinplant van de maand maart 2018: Hedera

Een beetje geheimzinnig en in alle rust alom aanwezig: de Hedera (klimop) is de grote groenmaker die vier seizoenen lang een stabiele tuinfactor is. Deze bodembedekkende of klimmende bladheester is winterhard en blijft altijd groen. Er is ruime keuze in bladkleur, alle Hedera-soorten hebben gemeen dat ze snel groeien en zich goed laten leiden en zo schuttingen, gaaswanden, prieeltjes of muurtjes kunnen bekleden. Als bodembedekker geeft de Hedera onkruid geen kans, wat hem de meest decoratieve tuinhulp ooit maakt. Lees meer